Inspectierapport Transparantieregister Zorg

22 december 2017
Inspectierapport Transparantieregister Zorg 2015
 
Vandaag heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) het lang verwachte onderzoeksrapport gepubliceerd naar de top vijf van artsen met de hoogst gerapporteerde waarde aan relaties met farmaceutische bedrijven in het Transparantieregister Zorg over het jaar 2015. Het onderzoek betreft 75 betalingen van 10 verschillende farmaceutische bedrijven, waarvan het grootste deel (ruim 75%) afkomstig is van een buitenlandse vestiging. De IGJ komt tot de conclusie dat het merendeel van de betalingen in lijn is met de regels voor gunstbetoon uit de Geneesmiddelenwet. Tevens stelt zij dat haar bevindingen de waarde van het Transparantieregister Zorg voor zowel burger áls inspectie onderstrepen.
 
De IGJ benadrukt dat de onderzochte betalingen niet representatief zijn voor de samenwerkingen die in het Transparantieregister Zorg zijn gerapporteerd. Bovendien zijn de relaties met buitenlandse vestigingen buiten beschouwing gelaten. De IGJ doet daarbij wel de belangrijke constatering dat betalingen vanuit een buitenlandse vestiging aan een in Nederland praktiserende arts onder de reikwijdte van het begrip gunstbetoon in de Geneesmiddelenwet vallen en derhalve terecht in het Transparantieregister Zorg zijn opgenomen.
 
De IGJ plaatst kanttekeningen bij de betalingen van één bedrijf (13 van de 39 onderzochte betalingen). Het gaat daarbij om een onvoldoende onderbouwing van de tegenprestatie. Bij één betaling bleek de geboden vergoeding niet passend. De overige 9 bedrijven hebben de regels inzake gunstbetoon wel goed nageleefd, inclusief de rapportage van relaties met buitenlandse vestigingen.
 
In de rapportages aan het Transparantieregister Zorg heeft de IGJ een aantal onjuistheden geconstateerd die inmiddels zijn hersteld. In 3 gevallen was een betaling ten onrechte geheel toegeschreven aan een arts terwijl dit gedeeltelijk het ziekenhuis moest zijn. In 9 gevallen was de betaling niet juist gerubriceerd (naar honorarium of onkosten) en in 4 gevallen waren niet alle betalingen vanuit de buitenlandse onderneming gerapporteerd. Dit onderzoeksresultaat sluit aan bij de interne evaluatie die vorig jaar door de CGR is uitgevoerd; de regels zijn op onderdelen te complex en leiden bij farmaceutische bedrijven tot rapportagefouten.
 
De onderzoeksresultaten van de IGJ komen grotendeels overeen met het onderzoek dat de CGR in 2017 heeft uitgevoerd naar 10 relaties uit 2016. De IGJ ziet aanleiding om vaker een selectie van betalingen uit het Transparantieregister Zorg te onderzoeken en te toetsen aan de regels inzake gunstbetoon. Vanaf 2018 wil zij daar ook betalingen van leveranciers van medische hulpmiddelen bij betrekken. Samenwerking met de CGR en GMH ligt hierbij voor de hand. Zo behoudt het Transparantieregister Zorg ook in de toekomst haar waarde.
 
Voor meer achtergrondinformatie over de cijfers die de IGJ heeft onderzocht, zie link.
Nadere informatie over de opzet en inhoud van de transparantieregels: transparantieregister@transparantieregister.nl